_________   DE STARRE VESTING   _________

In jou, mijn stad, ben ik geboren. Getogen en gedrild. Gekweld. Bouwde een dom, mijn eigen toren, een vesting tegen dat geweld. Zo leerde ik het leven kennen als hard, een eenzaam, dor bestaan, maar kon dat feit nog niet erkennen. Kon toen die waarheid nog niet aan.

Iets zei mij Utrecht te verlaten; een diepe ontevredenheid. Ik wist dat blijven niet zou baten want ik was mijn pad, mijn voeding kwijt. Ik ben een schrijver, zocht verhalen, dus trok ik half de aardkloot rond. Een hongerig, onrustig dwalen omdat ik nergens bodem vond.

Maar toen bij terugkeer ik jou aanschouwde - product van een verleden tijd - ervoer ik dat ik jou vertrouwde en was terstond mijn onrust kwijt. Jouw hart waaraan als kind ik wende, omringd door straten, park en plein, het raakte mij toen ik erkende dat ik hier bij jou wel thuis kon zijn.

De weelde van een stil verleden, die rust ben je al jaren kwijt, maar wat gebleven is voor het heden, is toch diezelfde eigenheid. Die geldt niet slechts jouw singels, grachten, een schoonheid voor het oog een feest, maar ook het geduld dat jij betrachtte, de tijd dat ik ben weggeweest.

Mijn oude strijd is dus gestreden, een nieuwe liefde opgebloeid nu ik begrijp dat mijn verleden hecht met het jouwe is vergroeid. Hier ben ik thuis want in het heden. Al wat gebeurde in mijn leven is het product van mijn verleden en dus met jou, mijn stad, verweven.